Disc golf ABC

In dit hoofdstuk zijn op alfabetische volgorde alle termen die we kennen omschreven. Soms met een link naar een (engelstalig) filmpje met uitleg.

Ace
Een ace, of hole-in-one, is een worp waarbij de disc in één worp vanaf de tee in de basket belandt. Indien deze informatie nog niet verduidelijkend is zou je een ervaringsdeskundige als Jeremy Koling kunnen vragen wat een ace is.

Ace-run
De ace-run is een worp die vanaf de tee in de basket lijkt te gaan, maar op het laatste moment nipt afbuigt. Kenmerkend voor de ace-run is het enthousiaste geluid wat de spelers maken en de relatieve teleurstelling die direct erop volgt.

Anhyzer
Deze term slaat op de afwerphoek van de disc ten opzichte van de grond. Bij een anhyzer worp staat de disc schuin omhoog gericht.

Backhand

De backhand is een worp die vanaf de tegenovergestelde kant van de werparm geworpen wordt. Bij deze worp wijst ten tijde van het loslaten van de disc de achterkant (back) van de hand in de werprichting.

Basket

De basket of target is het eindpunt van een hole. De hole is voltooid wanneer je een frisbee in de basket hebt liggen.

Birdie
Een birdie houdt in dat de speler één worp minder nodig had voor de hole dan de par voor die hole aangeeft.

Bogey
Een bogey houdt in dat de speler één worp meer nodig had voor de hole dan de par voor die hole aangeeft.

Chains
Chains zijn vrij vertaald naar het Nederlands de kettingen die in de basket hangen.

Chain-out
Een chain-out is een worp die in de kettingen belandt, maar er helaas voor de speler ook weer uit valt.

Course
De (discgolf)course is het volledige parcours of terrein waarop alle verschillende holes zijn uitgezet.

Disc
De disc is de schijf/frisbee waarmee discgolf gespeeld wordt.

Distance driver
De distance driver is de disc waarmee geprobeerd wordt de grootste afstand af te leggen. Voor beginnende spelers zal dit niet direct de schijf zijn die het verst komt, er is namelijk wel veel armkracht en een gevorderde techniek nodig om de distance driver zo ver te krijgen als deze kan.

Dropzone
De dropzone is een afwerpplek die gebruikt wordt wanneer een speler de frisbee naar een plaats geworpen heeft vanwaar deze niet gespeeld mag/kan worden. Dit kan zijn wanneer een disc op foutieve wijze een mando gepasseerd heeft, of wanneer een disc O.B. ligt. Let op! Dit geldt niet voor alle foutief gepasseerde mando’s of discs die O.B. liggen.

Eagle
Een eagle houdt in dat de speler twee worpen minder nodig had voor de hole dan de par voor die hole aangeeft.

Fade

De disc heeft vier getallen die de specificaties van de disc aangeven. Het vierde getal hiervan is de Fade. De fade wordt bepaald op schaal van 0 tot 5 en staat voor het vermogen om af te buigen aan het einde van de worp. Hierbij is een waarde van 0 een disc die helemaal niet afbuigt op het einde van de worp, en een waarde van 5 een disc die ver afbuigt aan het einde van de worp. Een uitlegfilmpje over fade vind je hier.

Fairway
De fairway is het lange stuk natuur tussen de tee en green, en is nimmer out of bounds. De beste route naar de basket loopt altijd over de fairway.
“Ziet gij liever vertier op uwen netvlies,
Blijft dan op de fairway met uw frisbees”

Fairway driver
Een fairway driver is een disc waarmee je probeert langere afstanden af te leggen over de fairway.

Flat
Deze term slaat op de afwerphoek van de disc ten opzichte van de grond. Hierbij wordt de disc volledig vlak weggegooid. Op sommige courses staan er hele hoge huizen waarin meerdere mensen boven elkaar wonen, ook dit is een flat.

Forehand
De forehand (ook wel side-arm) is een worp die vanaf de kant van de werparm geworpen wordt. Het unieke van de forehand is dat de speler op elk moment in de werprichting kan kijken. Dit maakt de forehand vaak een geliefde worp.

Glide
De disc heeft vier getallen die de specificaties van de disc aangeven. Het tweede getal hiervan is de Glide. De glide wordt op schaal van 1 tot 7 bepaald. De glide staat voor het vermogen van de disc om in de lucht te blijven. Een disc met glide 1 zal sneller naar de grond dalen bij lagere snelheid, waar een disc met glide 7 vaak langer blijft uitwaaieren wanneer deze in de eindfase van de vlucht zit. Een uitlegfilmpje over glide vind je hier.

Green
De Green is het meestal goed geprepareerde deel van de course in een straal van pakweg 12 meter rondom de basket. De Green hoeft niet per se rond te zijn en kan zelfs ook nog delen out of bounds bevatten.

High-five
Wanneer een speler tevreden is over zijn of haar worp kan het zijn dat de speler high-fives krijgt. Dit fenomeen is een blijk van waardering van andere spelers, waarbij beide spelers kort de vlakke hand met gespreide vingers tegen elkaar drukken.

Hole
Een hole is één speelbaan, van tee tot basket. Een course in Nederland bestaat vaak uit twaalf tot achttien holes.

Hole-in-one
Een ace, of hole-in-one, is een worp waarbij de disc in één worp vanaf de tee in de basket belandt.
Indien deze informatie nog niet verduidelijkend is zou je een ervaringsdeskundige als Jeremy Koling kunnen vragen wat een hole-in-one is.

Hyzer
Deze term slaat op de afwerphoek van de disc ten opzichte van de grond. Bij een hyzer worp staat de disc schuin naar beneden gericht.

Iron leaf
De term iron leaf is een benaming voor een heel klein takje of blaadje, wat je schijf ineens ervan weerhoudt om door te vliegen en waardoor de disc hard naar beneden daalt. De Margaret Tatcher van de boom, die jouw score niet ten goede komt. Huiveringwekkend.

Lucky tree
Een lucky tree wordt gebruikt voor bomen die een disc dusdanig van richting veranderen dat de disc uiteindelijk op een betere positie landt dan de disc aanvankelijk zou landen.

Mando
Mando is een afkorting van het Engelse mandatory en betekent ‘verplicht’. Dit houdt in dat de disc verplicht langs een bepaalde zijde van een object moet vliegen. Er zijn ook double mando’s (tussen twee objecten door) en zelfs triple (drie objecten) en quadruple (vier objecten) mando’s.

Mandatory
Het Engelse mandatory betekent in het Nederlands ‘verplicht’. Dit houdt in dat de disc verplicht langs een bepaalde zijde van een object moet vliegen. Er zijn ook double mando’s (tussen twee objecten door) en zelfs triple (drie objecten) en quadruple (vier objecten) mando’s. Een mando wordt veelal ingezet om veiligheid van andere parkgebruikers te garanderen, maar soms ook om de kwaliteiten van de discgolfers te testen.

Midrange
De midrange disc is er voor afstanden die eigenlijk net te ver zijn om te putten, maar te dichtbij om voluit te gooien met een driver.

Mini
Een mini wordt gebruikt om een worp mee te markeren. Voor je volgende worp moet je vervolgens achter de mini blijven staan. De mini wordt niet gebruikt om te werpen, hoewel onze vriendelijke vriend Simon Lizotte ooit een mini 160m ver weg gesmeten heeft. Honderdzestig meter.

O.B.
O.B. is een afkorting voor Out of Bounds. Bij sommige holes is er een gebied waarin je de disc niet mag werpen. Je mag er wel overheen werpen, maar er niet in landen. Wanneer dit wel gebeurt ligt de disc O.B. en wordt volgens de gestelde regels verder gespeeld. Deze regels verschillen per hole.

Out of Bounds
Bij sommige holes is er een gebied waarin je de disc niet mag werpen. Je mag er wel overheen werpen, maar er niet in landen. Wanneer dit wel gebeurt ligt de disc out of bounds (O.B.) en wordt volgens de gestelde regels verder gespeeld. Deze regels verschillen per hole.

Overhead
Een overhead worp is een worp die boven je hoofd langs gaat. Dit kunnen twee verschillende worpen zijn, te weten de Tomahawk en de Thumber. Een overhead (bovenhandse) worp wordt door profs vaak gebruikt om controle te houden op je afstand van de worp, of om over obstakels te gooien.

Overstable
De term overstable zegt iets over de disc. Wanneer een disc overstable (over-stabiel) is zal deze disc bij een flat-release lange tijd rechtdoor gaan, alvorens deze afbuigt. Een voorbeeld van een overstable disc is de Kaxe van Kastaplast.

Par
Par is het aantal worpen waarin een gemiddelde professionele discgolfer een hole zou moeten kunnen spelen. Het woord par is afgeleid van het Latijnse woord voor gelijk.

Penalty
Een penalty betekent niets meer of minder dan een staf. Dit kan in meerdere varianten voorkomen. Te weten een strafworp bij je totaal opgeteld, of uitsluiting van een wedstrijd.

Putt
De worp met de putter vanaf 0 tot 20 meter met intentie de basket in een keer te raken wordt een putt genoemd.

Putter
De putter is de minst aerodynamische disc, maar is juist de meest stabiele disc in het discgolf. De putter wordt gebruikt om de disc van grofweg 12m of minder in de basket te werpen.

Roller
Een roller is een worp die het grootste deel van de afstand al rollend over de grond overbrugt. Deze worp wordt bijvoorbeeld gebruikt bij een lange hole met veel laaghangende takken.

Side-arm
De forehand of side-arm is een worp die vanaf de kant van de werparm geworpen wordt. Het unieke van de forehand is dat de speler op elk moment in de werprichting kan kijken. Dit maakt de forehand vaak een geliefde worp.

Speed
De disc heeft vier getallen die de specificaties van de disc aangeven. Het eerste getal hiervan is de Speed. Het getal wordt bepaald op schaal van 1 tot 14. Een disc met speed 1 heeft zijn ideale vluchtpatroon wanneer deze met lage werpsnelheid geworpen wordt. Een disc met speed 14 heeft zijn ideale vluchtpatroon wanneer deze met enorm hoge snelheid afgeworpen wordt. Een grote beginnersfout is vaak dat een disc met te hoge speed gekocht wordt, waardoor deze in de praktijk vaak niet het ideale vluchtpatroon aflegt. Een filmpje met uitgebreidere uitleg over speed vind je hier.

Stable
De term stable zegt iets over de disc. Wanneer een disc stable (stabiel) is zal de disc aanvankelijk een kant op afbuigen maar op het einde net zo ver de andere kant op terugvliegen bij een platte afworp. Een voorbeeld van een stable disc is de Kaxe Z van Kastaplast.

Stroke

Een stroke is een worp en een worp is een stroke.

Tap-in
De Tap-in houdt in dat de disc simpelweg in de basket neergelegd kan worden.
Dit fenomeen kan ontstaan op twee verschillende manieren:
1. Een worp die perfect onder de basket belandt na een mooie lange vlucht
2. Een putt die de basket raakt en ‘dood’ onder de basket neervalt.

Target
De basket of target is het eindpunt van een hole. De hole is voltooid wanneer je een frisbee in de basket hebt liggen.

Tee
De tee is het startpunt van een hole. Vanaf hier maak je (al dan niet met aanloop) je eerste worp.

Teesign
Op een aantal courses zijn teesigns te vinden. Deze bordjes schetsen een plattegrond per hole en laten zien met welke speciale zaken de betreffende hole te maken heeft.

Thumber
Een thumber is een worp die boven je hoofd langs geworpen wordt en waarbij de duim in de holle kant van de disc zit en de wijs- en ringvinger op de bolle kant van de disc zitten.

Tomahawk
Een tomahawk is een worp die boven je hoofd langs geworpen wordt en waarbij de duim op de bolle kant van de disc zit en de wijs- en ringvinger in de holle kant van de disc zitten.

Turn
De disc heeft vier getallen die de specificaties van de disc aangeven. Het derde getal hiervan is de Turn. Het getal wordt bepaald op schaal van 1 tot -5. Wanneer een disc een 1 heeft voor turn houdt dit in dat disc overstable is. Een -5 geeft aan dat de disc understable is. Een schijf met -2 is stable. Een filmpje met uitleg over Turn vind je hier.

Understable
De term understable zegt iets over de disc. Wanneer een disc understable (onder-stabiel) is zal de disc aanvankelijk een kant afbuigen, maar vervolgens niet meer terugkeren. Een voorbeeld van een understable disc is de Berserker van Viking discs.